Uit: Noordhollands Dagblad, 6 november 1999

 

Symfonische romantiek krijgt wankel evenwicht

 

Rossini: Ouverture II Signor Bruschino, Schubert: Ouverture im Italienischen Stile, Beethoven: Ouverture Coriolanus. Het Alkmaars Symfonie Orkest onder leiding van Albert van Eeghen. Gehoord, zaterdagmiddag 6 november in de Doopsgezinde Kerk te ALKMAAR.

 

Schubert wist Rossini moeiteloos naar de kroon te steken met zijn gevoel voor Italiaans temperament door op jeugdige leeftijd twee ouvertures in Italiaanse stijl te componeren.

 

Het Alkmaars Symfonie Orkest (ASO) bewees in eerdere concerten voldoende affiniteit te hebben met de Weense romantiek. De Italiaanse muts die zaterdagmiddag in de Doopsgezinde Kerk voor Schubert en Rossini werd opgezet, bleek het ensemble helaas minder goed te passen. En ondanks de bewonderenswaardige motivatie kon ook de dramatische spanning van Beethovens ouverture Coriolanus niet overtuigend worden neergezet.

 

De ouverture II Signor Bruschino van Rossini zit vol dartele motiefjes die in een geloofwaardige uitvoering van een leien dakje dienen te gaan. Onder leiding van Albert van Eeghen werd de melodische zuiverheid redelijk onder controle gehouden, maar ritmisch toonden vooral strijkers en houtblazers zich niet eensgezind. De Ouverture lm Italienischen Stile van Schubert kreeg in de aanpak van het ASO evenmin het sprankelende temperament dat het werk zo aantrekkelijk maakt. Aan muzikale aspiraties ontbreekt het de Alkmaarders geenszins, maar virtuositeit staat ze net nog niet op het lijf geschreven.

 

Eens raakt natuurlijk voor muzikale amateurs de licht verteerbare voorraad uit het ijzeren repertoire uitgeput. Ontegenzeggelijk moet een orkest dan wel eens de hals uitsteken om meer technische mogelijkheden af te tasten. Voorzichtigheid is dan echter wel geboden. Wat dat betreft, nam Van Eeghen ook met Beethoven nog te veel risico's. Kordaat en veelbelovend werden de inleidende maten van de ouverture Coriolanus tot klinken gebracht. De wisselende dramatische spanningen, variërend van heldhaftig tot smekend, konden in de uitvoering helaas niet gerealiseerd worden.

 

Het Alkmaars Symfonie Orkest heeft zich onder Van Eeghen meer dan eens ambitieus opgesteld. Daarbij konden technische missertjes best door de vingers worden gezien. Zaterdagmiddag werd met Rossini, Schubert en Beethoven de hals echter net te ver uitgestoken. De muzikale valkuilen werden bedenkelijk onderschat en bleken na een tuimeling te diep om zonder kleerscheuren weer overeind te kunnen krabbelen. Ondanks dat was de vreugde van het musiceren weer tekenend voor het geanimeerde klimaat waarin dirigent en orkest elkaar altijd weer weten te te vinden.

 

ONNO HOEDEMAN