Symfonische
romantiek krijgt
wankel evenwicht
Rossini: Ouverture II Signor Bruschino, Schubert: Ouverture im
Italienischen Stile, Beethoven: Ouverture Coriolanus.
Het Alkmaars Symfonie
Orkest onder leiding van
Albert van
Eeghen. Gehoord,
zaterdagmiddag 6
november in de
Doopsgezinde Kerk te
ALKMAAR.
Schubert
wist Rossini moeiteloos naar de kroon te steken
met zijn gevoel voor Italiaans temperament
door op jeugdige leeftijd
twee ouvertures in Italiaanse stijl te componeren.
Het
Alkmaars Symfonie Orkest (ASO) bewees in eerdere concerten
voldoende affiniteit te
hebben met de Weense romantiek. De Italiaanse muts die
zaterdagmiddag in de
Doopsgezinde Kerk voor Schubert en
Rossini werd opgezet,
bleek het ensemble
helaas minder goed te passen.
En ondanks de bewonderenswaardige motivatie kon
ook de dramatische
spanning van
Beethovens ouverture Coriolanus niet overtuigend worden neergezet.
De
ouverture II Signor Bruschino van Rossini zit vol dartele motiefjes die in een
geloofwaardige uitvoering van een leien dakje
dienen te gaan. Onder leiding van Albert van Eeghen werd de melodische
zuiverheid redelijk onder controle gehouden, maar ritmisch toonden
vooral strijkers en
houtblazers zich
niet eensgezind. De Ouverture lm Italienischen Stile van
Schubert kreeg in de
aanpak van
het ASO evenmin het sprankelende temperament dat het werk zo
aantrekkelijk maakt. Aan
muzikale aspiraties ontbreekt
het de Alkmaarders geenszins,
maar virtuositeit staat
ze net nog niet op het lijf
geschreven.
Eens raakt
natuurlijk voor muzikale
amateurs de licht verteerbare voorraad uit het ijzeren repertoire uitgeput.
Ontegenzeggelijk moet een orkest
dan wel eens de hals
uitsteken om
meer technische mogelijkheden af te tasten. Voorzichtigheid is dan echter wel
geboden. Wat dat betreft, nam Van Eeghen ook met Beethoven nog te
veel risico's. Kordaat
en veelbelovend werden de inleidende
maten van de ouverture
Coriolanus tot klinken gebracht. De
wisselende dramatische
spanningen, variërend van heldhaftig tot smekend, konden in de
uitvoering helaas niet gerealiseerd worden.
Het
Alkmaars Symfonie Orkest heeft zich onder Van Eeghen meer dan eens ambitieus
opgesteld. Daarbij
konden technische missertjes best door de vingers
worden gezien. Zaterdagmiddag werd met Rossini, Schubert en Beethoven de
hals echter net te ver
uitgestoken. De muzikale valkuilen
werden bedenkelijk
onderschat en
bleken na een tuimeling te
diep om zonder
kleerscheuren weer
overeind te kunnen krabbelen. Ondanks dat was de
vreugde van het
musiceren weer
tekenend voor het geanimeerde klimaat waarin dirigent en orkest elkaar altijd weer weten te
te vinden.
ONNO
HOEDEMAN