Uit: Noordhollands Dagblad, 11 maart 2002

 

Muzikale Alkmaarders symfonisch in de lift

 

 

Arcangelo Corelli: Suite, George Philipp Telemann: Ouverture G-moll, Domenico Cimarosa: Concert voor fluit, hobo en orkest, Joseph Haydn: Symfonie no. 104 (London). Door het Alkmaars Symfonie Orkest onder leiding van Albert van Eeghen. Solisten: Leonie Hennekens (fluit) en Marry Borst (hobo). Gehoord, zaterdagavond 9 maart in de Vrijheidskerk te ALKMAAR.

 

Amper een jaar geleden leek het Alkmaars Symfonie Orkest met een Haydnsymfonie nog maar moeizaam uit de voeten te kunnen. Doorzetten bleek echter een succesformule om de gevierde Oostenrijker zaterdagavond opnieuw, en dit keer geloofwaardig, tot klinken te brengen.

 

Dirigent Albert van Eeghen had de voormalige hobbels tussen strijkers en blazers vakkundig gladgestreken en dat leidde tot een spetterende weergave van Haydns symfonische zwanenzang, de London-symfonie. Bovendien werden enkele lichtvoetige werken van Corelli, Telemann en Cimarosa uitermate sprankelend ten gehore gebracht.

 

Cimarosa, Corelli en Telemann zijn in de gemiddelde concertzaal een beetje buiten de boot gevallen. Ensembles die niet uitsluitend met symfonische hoogvliegers in zee wensen te gaan, kunnen daar juist hun voordeel mee doen. Als zodanig wisten Albert van Eeghen en zijn manschappen in de Vrijheidskerk dan ook voortreffelijk een lans te breken voor de klassieke charme van Corelli's Concertsuite en Telemanns driedelige Ouverture in G-moll. Structureel werden de werkjes uiterst transparant gehouden en geen enkele muzikale amateur hoefde daarvoor op het puntje van zijn stoel te gaan zitten

 

Een buitengewone verrassing was de presentatie van het Concert voor fluit, hobo en orkest van Domenico Cimarosa. Voor het solistische aandeel kon het Alkmaarse orkest probleemloos een beroep doen op eigen mankracht. Fluitiste Leonie Hennekens en hoboïste Marry Borst wisten hun geblazen dialogen evenwichtig en vloeiend aan te reiken. Daarbij werden ze door het orkest pittig maar soms wel indringend ondersteund. Een eensgezinde en vooral trefzekere aanpak bleek in het Cimarosa-concert de grootste verdienste te zijn die de strijkerssectie van het orkest zich het afgelopen jaar heeft verworven.

 

De eensgezinde aanpak van alle orkestsecties leidde er toe dat het klapstuk van de avond, Haydns Londonsymfonie, melodisch en ritmisch voortreffelijk werd neergezet. De tempi waarin Haydns 'laatstgeborene' tot klinken kwam, waren weliswaar aan de trage kant, maar Van Eeghen wilde kennelijk voorkomen dat '104' door overenthousiasme op drift zou raken. In de finale werden de teugels niettemin enigszins gevierd en dat betekende dat strijkers en blazers elkaar toch nog enigszins in het vaarwater konden zitten. Gelukkig kwam de symfonische geloofwaardigheid van Alkmaar daarmee echter niet in de problemen.

 

ONNO HOEDEMAN