Carl Maria von Weber

 

Carl Maria von Weber is op 18 of 19 november 1786 geboren in Eutin, Holstein (tegenwoordig Duitsland). Zijn vader was Franz Anton von Weber (1734-1812). Hij was zijn loopbaan begonnen als officier in leger van hertogdom Holstein en werd later muzikaal leider van diverse gezelschappen. In 1787 trok hij naar Hamburg waar hij een theatergezelschap begon. Zijn moeder was de actrice Genovefa Brenner (1764-1798). Zij was de tweede vrouw van Franz Anton. De claim van een adellijke titel was niet terecht. Constanze Weber, de vrouw van Mozart was een nicht van Carl Maria.

 

Carl Maria kreeg het eerste muziekonderricht van zijn vader. Door de vele verhuizingen werd dat onderricht nogal eens onderbroken. In 1796 zette hij zijn muziekonderwijs in Hildburghausen voort bij de hoboïst Johann Peter Heuschkel. Nadat zijn moeder op 13 maart 1798 overleden was aan tbc, vertrok hij naar Salzburg om les te nemen van Michael Haydn. Daar werd zijn opus 1 (6 fughetten voor piano) uitgegeven. Later vertrok hij naar München om te studeren bij de zanger Johann Evangelist Wallishauser en de organist J.N. Kalcher.

 

In 1800 woonden ze in Freiberg (Saksen) waar de eerste opera van Carl Maria werd opgevoerd. Later werd deze ook opgevoerd in Wenen, Praag en Sint Petersburg. Hij begon ook muziekkritieken te schrijven voor de Leipziger Neue Zeitung. In 1801 verhuisde de familie weer naar Salzburg, daar studeerde hij weer verder bij Michael Haydn.

 

Later verhuisde hij naar Wenen om bij Abbé Vogler verder te studeren. In 1803 werd zijn tweede opera in Augsburg uitgevoerd en dat was zijn eerste succes als operacomponist. Vogler was onder de indruk van zijn talent en zorgde dat hij in 1804 directeur van de opera in Breslau kon worden. Van 1807 tot 1810 had eenzelfde aanstelling bij het hof van de graaf van Württemberg in Stuttgart. Hij maakte daar schulden en werd beschuldigd van fraude. Dat leidde tot zijn verbanning uit Württemberg. Ondanks deze zaken bleef hij als componist succesvol. Vanaf 1810 begon hij aan concertreizen door geheel Duitsland. In 1811 kwam hij zo Baermann tegen.

 

Heinrich Joseph Baermann was in 1784 in Potsdam geboren en was de belangrijkste klarinettist in zijn tijd. Hij was de zoon van een legermuzikant. Hij werd in 1804 door prins Louis Ferdinand naar Berlijn gehaald. Toen Napoleon in 1806 de oorlog verklaarde aan Pruisen en Rusland nam Baermann als legermuzikant deel aan de gevechten. Hij werd krijgsgevangen gemaakt, maar wist te ontsnappen. In het door de Fransen bezette Berlijn kon hij geen werk vinden en met een aanbeveling van de Beierse kroonprins op zak trok hij naar München. Hij werd daar eerste klarinettist en behield die positie tot 1834.

 

Hij ontmoette Carl Maria von Weber en later Felix Mendelssohn. Baermann inspireerde von Weber tot het schrijven van zes composities met klarinet. Dat zijn:

·         Klarinetconcertino in Es groot, opus 26 (J.109)

·         1e klarinetconcert in f klein, opus 73 (J.114)

·         2e klarinetconcert in Es groot, opus 74 (J. 118)

·         7 variaties op een thema uit de opera Silvana voor klarinet en piano, opus 33 (J.128)

·         Klarinetkwintet in Bes groot, opus 34 (J.182)

·         Grand Duo Concertant in Bes groot voor klarinet en piano, opus 48 (J.204)

 

Baermann was een invloedrijk leraar en componeerde ook zelf voor de klarinet. Zijn bekendste leerling was zijn zoon Carl. Een adagio voor klarinet is ten onrechte aan de jonge Richard Wagner toegeschreven. Baermann overleed in 1847.

 

Van 1813 tot 1816 was von Weber directeur van de opera in Praag; van 1816 tot 1817 in Berlijn en vanaf 1817 in Dresden. Daar trouwde hij op 4 november 1817 met de zangeres Caroline Brandt, die de titelrol in de opera Silvana had gezongen. Dresden was een nogal behoudende stad. Hij gooide zich vol overgave in de promotie van de Duitse opera als tegenhanger van de Italiaanse opera. Hij probeerde alles wat bij een opera komt kijken te controleren. Hierdoor had hij weinig tijd om zelf te componeren. Hij liet zich niet tegenhouden door de zich steeds verder ontwikkelende tbc.

 

In 1821 ging zijn opera Der Freischütz in Berlijn in première, dat leidde tot uitvoeringen door geheel Europa. Deze opera is een echte Duitse opera, bevrijdt van Franse en Italiaanse invloeden. Hiermee werd hij een Duitse held.

 

In 1823 schreef hij de opera Euryanthe, een middelmatig libretto met rijke muziek. De muziek wijst vooruit naar Richard Wagner.

 

In 1824 kreeg hij een uitnodiging voor Londen om een opera te schrijven (Oberon) en deze daar te komen uitvoeren.  In 1826 vertrok hij naar Londen om de laatste hand aan de opera te leggen en de première te dirigeren op 12 april. Hij leed al aan tbc toen hij naar Londen trok, daar overleed in de nacht van 4 op 5 juni. Hij werd in Londen begraven. In 1844 werd hij op initiatief van Richard Wagner herbegraven in Dresden.

 

Arno