Johann Christian Bach

   

 

Johann Christian Bach werd op 5 september 1735 in Leipzig geboren als jongste zoon van Johann Sebastian Bach. In dat deel van Duitsland was de naam Bach al bijna 200 jaar synoniem met muziek. Johann Christian behoorde tot de vijfde generatie van deze familie die vele beroepsmusici en componisten heeft voortgebracht. De muzikale opleiding vond vaak plaats in familieverband. Zo had Johann Sebastian voortdurend leerlingen in zijn gezin. Er is niets direct overgeleverd over de opleiding van Johann Christian, maar naast zijn vader heeft zijn verre neef Johann Elias (1705-1755) daar waarschijnlijk aan meegewerkt. Deze woonde van 1738 tot 1743 bij Johann Sebastian in. Na diens vertrek begonnen de lessen met zijn vader in het klavierspel.

 

Na de dood van zijn vader in 1750 trok hij bij zijn oudere broer Carl Philipp Emanuel Bach in. Daar kreeg hij les in het klavierspel en compositie. Gerber noteerde dat zijn klavierspel in Berlijn zeer bewonderd werd. Uit deze tijd zijn klavierstukken en –concerten bewaard gebleven.

 

In 1754 vertrok hij naar Italië, waar hij waarschijnlijk bij Padre Martini in Bologna zijn opleiding voltooide. In Napels trad hij in dienst van graaf Agostino Litta. Door zijn opleiding bij Martini en de voorspraak van Litta werd hij in de richting van een carrière als kerkmusicus gestuurd. Om zo’n baan te krijgen werd hij in 1757 katholiek en werd hij in juni 1760 aangesteld als een van de twee organisten in de kathedraal van Milaan. Als organist behoefde hij niet te componeren, zijn composities voor katholieke liturgie zijn uit de tijd voor zijn aanstelling.

 

Johann Christian was niet zo trouw in zijn baan als Litta hoopte; in 1761 verzuimde hij veel want opera’s werden zijn grote liefde. Hij werd door het Teatro Regio in Turijn gevraagd een opera te componeren. Arteserse ging op 26 december 1760 in première. Vervolgens kreeg hij een verzoek uit Napels om een opera te schrijven voor de naamdag van koning Karel III van Spanje en daarna nog één voor de verjaardag van koning. In mei 1762 kreeg hij toestemming om een jaar weg te gaan naar Londen. Hij was daar om twee nieuwe opera’s gevraagd. Johann Christian is nooit teruggekomen in Italië.

 

Londen was de enige plaats in Europa waar operahuizen commercieel werden geleid. Aan het eind van het seizoen 1762-63 werden de twee opera’s uitgevoerd. Aan het eind daarvan kwam het management van het King’s Theatre in anderen handen en werd Johann Christian niet gevraagd voor het nieuwe seizoen. Hij kreeg een uitnodiging uit Napels voor het seizoen 1763-64, maar besloot in Londen te blijven. Koningin Charlotte was Duitse van geboorte en hij kreeg al binnen een jaar de titel van Queen’s Music Master. Hij kreeg ook toestemming om composities uit te geven. Eind 1763 publiceerde hij de 6 pianoconcerten opus 1.

 

Na een jaar in Londen ging hij bij zijn landgenoot Carl Friedrich Abel inwonen. Samen startten zij de Bach-Abel concerten in 1764 (een concertserie waarin ze onder andere eigen composities uitvoerden). Later dat jaar kwam de achtjarige Wolfgang Amadeus Mozart naar Londen en bleef daar tot midden 1765. Zij kregen een hartelijke relatie. Er is geen formele leraar-leerlingrelatie geweest, maar zij hebben wel gezamenlijk geïmproviseerd, waarbij ze om te beurten en kort stukje speelde en de ander daarop door mocht gaan. De charme van Bach en de kwaliteit van zijn muziek hadden een grote aantrekkingskracht voor de jonge Mozart.

 

In de volgende jaren liepen de concerten door en werden opera’s geschreven. In 1770 organiseerde Bach de uitvoering van Italiaanse oratoria (waaronder zijn eigen Gioas, rè di Giuda) tijdens de vastentijd. Dat was geen succes omdat ze nogal afwijken van Händel.

 

In voorjaar 1771 bezocht de fluitist Johann Baptist Wendling Londen. Via hem kwamen er contacten met het hof te Mannheim. Hij kreeg vandaar in 1772 de opdracht voor een opera. De tweede opera voor Mannheim is Lucio Silla. Deze is in 1774 geschreven. De ouverture, die wij spelen werd omstreeks 1781 als symfonie gepubliceerd.

 

In 1778 bezocht zijn broer Johann Christoph Friedrich Bach hem en liet zijn zoon Wilhelm Friedrich Ernst bij hem achter voor verdere opleiding. In datzelfde jaar kreeg hij uit Parijs een opdracht voor een opera. Hij ging daarheen en ontmoette opnieuw Mozart.

 

In 1781 ging de gezondheid van Johann Christian achteruit. Hij overleed 1 januari 1782 in Londen.

 

Arno