Zoals ik al in mei over
Rosetti schreef zijn er een aantal Rosetti’s en Röslers, die met de
“onze” te verwarren zijn. Laat ik er een aantal kort voorstellen
Antonio Rosetti geboren in
Milaan in 1744, componist van met name opera’s, pantomimes en balletten. Hij
werd op 25 mei 1784 benoemd tot opvolger van Paolo Moreschini as maestro di
cappella aan de kathedraal van Cortona. Hij is daar nooit komen opdagen. Hij is
de componist van symfonie 60 (Murray A60 S).
Een andere Antonio Rosetti
begon in april 1776 als tweede violist in het orkest van prins Nicolaus Esterházy
(de werkgever van Haydn). Hij werd later bevorderd tot eerste violist en in
maart 1781 ontslagen. Ook hij componeerde. Toricella gaf in 1781 6 vioolduetten
uit (Murray D44 S t/m D49 S), deze werden in 1787 door Artaria herdrukt.
Antoine Rosetti actief in
het begin van de negentiende eeuw. Hij schreef onder andere Duitse dansen voor
piano vierhandig (Murray E 68 S) en pianovariaties (Murray E 67 S).
Friedrich Wilhelm Rosetti
geboren in Berlijn in 1763. Hij speelde harp.
In Parijs was in 1785 een
harpist actief, die Rasetti heette. Die moet niet verward worden met de
pianovirtuoos Amadeo Razetti, die in dezelfde tijd ook in Parijs werkte.
Van de Röslers hebben
onderzoekers het meeste last van Jan Josef Rösler (1771-1813). Er zijn nogal
wat van zijn werken aan “onze” Rosetti toegeschreven. Gelukkig heeft hij in
1796 een lijst opgesteld van zijn werk, zodat we het onderscheid kunnen maken.
Van Josef Rösler is trouwens het eerste deel van zijn pianoconcert in D aan
Beethoven toegeschreven (Kinsky Anhang 7). Bij zijn begrafenis werd een requiem
van Rosetti (Murray E15) gespeeld.
Recent heeft men nog een
Anton Rösler ontdekt. Deze leefde van ongeveer 1775 tot 1850. Hij was organist
in Nixdorf. Vermoedelijk is hij de componist van veel de kerkmuziek die in Praag
wordt bewaard (diversen werken zijn genoemd in de appendix van Murray, die
werken beschrijft, die aan Rösler of Rössler zijn toegeschreven).
Arno